Sporen gewist in 02/08

Cultuur in een netwerksamenleving

28/02/08

Onder de naam Under construction: cultuur in een netwerksamenleving vond op donderdag 14 en vrijdag 15 februari aan de VUB een conferentie plaats georganiseerd door Cultuurlab, de e-cultuurcel van onderzoeksgroep IBBT/SMIT en CHIPSvzw.

De eerste die vrijdag in de track Virtuele cultuurparticipatie aan het woord kwam, was Gert Nulens, drijvende kracht achter Cultuurlab. Hij stelde de resultaten voor van een participatiesurvey waarin drie vragen centraal stonden: wie zoekt online informatie over cultuur, wie koopt online cultuurproducten aan, wie beleeft online cultuur?
Niet verrassend waren de opgemerkte verschillen op grond van leeftijd, opleiding en geslacht. Ook de bevinding dat de muzieksector er bovenuit springt en dat cultuur die in real life populair is, dat ook is in een virtuele omgeving, was weinig nieuws onder de zon.
Interessanter was de constatering dat 30% van de ondervraagden die beweren virtueel te participeren dit maar zelden of nooit doen in real life, of anders geformuleerd: het reële en virtuele publiek overlapt voor 70%. Trekt online cultuur onverwachte publieken aan? Iemand uit de zaal vroeg om nuancering: wanneer wie slechts eenmaal om de 6 maanden online iets beluistert/bekijkt, ook als participant wordt beschouwd, dan is cultuurparticipatie wel heel ruim genomen.

Daarna nam Jos de Haan (Erasmus Universiteit Rotterdam) het woord met een voorstelling van een onderzoek, uitgevoerd door Frank Huysmans, naar internet als bron van cultureel erfgoed informatie. Hoe gaan mensen op zoek naar informatie over het verleden? De conclusie hier was dat het receptieve een stuk belangrijker blijkt dan het actieve. Op de hoogte komen en blijven is voor de verschillende doelgroepen duidelijk van meer belang dan het zelf delen van informatie.
Jos de Haan presenteerde ook het onderzoek van Sylvie van der Poll naar het gebruik van theaterwebsites onder het publiek van 13 Nederlandse theaters. Het profiel van de digitale bezoekers lijkt op dat van de fysieke bezoekers. Die relatie tussen virtueel en reëel blijkt ook uit de bevinding dat 85% van de ondervraagden binnen 30 minuten reistijd van het theater woont, en dat de websites vooral gebruikt worden voor praktische doeleinden voorafgaand aan theaterbezoek.
Toch poneerde Jos de Haan dat er potentie is om via internet een nieuw, groter publiek te bereiken. Dit ontlokte aan de zaal de bedenking hoe je dat louter virtueel theaterpubliek dan naar het ‘echte’ theater trekt, of geef je ze online voorstellingen en zo ja, is dat dan wel ‘echte’ theaterparticipatie?

In de namiddag schoof ik aan voor nog meer onderzoeksresultaten in de track Jongerencultuur en ICT.
Eerst nam Hans Martens (Universiteit Antwerpen) het woord. Hij is bezig met media-educatie en bracht een analyse naar voren van de vijf werelden in INgeBEELD3, een audiovisueel vormend project met als doel het stimuleren van kritisch en creatief mediagebruik. Bij de vraag of de culturele en politieke doelstellingen van media-educatie via dit project wel bereikt worden, plaatste Hans Martens nogal wat vraagtekens.

Tim Van Lier (IBBT/SMIT) onderhield ons over Ketnet Kick, de online 3D multi-player omgeving van de VRT voor Vlaamse kinderen. Ketnet Kick geldt als een good practice van een spel dat zowel creativiteit als samenwerking stimuleert, een goed voorbeeld ook van evenwicht tussen educatie en plezier. Rest nog de vraag waar zo’n digitale speelplaats voor kinderen thuishoort, in de vrije tijd of kan het ook in de klas?

Chris Vleugels (IBBT/SMIT) stelde dat de digitale generatie niet bestaat, dat het credo van iedereen prosumer een mythe is. Hij had gedurende een periode van 10 maanden 17 jongeren gevolgd om te kijken of zij voldoen aan de hoge verwachtingen die men van de huidige generatie heeft. De 12-18 jarigen bleken slechts in geringe mate creatieve gebruikers: user-generated content beperkte zich bij het onderzochte panel tot het laden van foto’s op een sociaal netwerk en een occasioneel filmpje op YouTube. Vooral cadeaus aan elkaar leidden al eens tot creatief ICT-gebruik: fotocollages, PowerPoint-presentaties, verzameldcd’s van gedownloade nummers mét eigengemaakt hoesje.
Chris Vleugels concludeerde dat de creatieve mogelijkheden van ICT nog niet ten volle benut worden en dat daar zeker een rol voor het onderwijs in is weggelegd.

Ook in de volgende track, e-cultuurbeleid: kansen en uitdagingen, kwamen drie sprekers aan het woord.
Geert Wissink (Stichting Nederland Kennisland) hield een korte uiteenzetting over Beelden voor de toekomst, een grootschalig project om 100 jaar audiovisueel erfgoed te conserveren, digitaliseren en ontsluiten. Ik noteerde zowel de research blog als het Onderwijs Media Platform als de moeite waard om verder op te volgen.

De volgende twee sprekers waren naar Brussel afgezakt namens onze openbare omroep.
Walter Couvreur toonde eerst hoeveel procent van de zendtijd de verschillende tv- en radiozenders momenteel aan cultuur besteden. Klara kwam hier uiteraard uit als dé cultuurzender, maar waarom dit niet uitbreiden naar televisie, internet en mobiele toepassingen?
De VRT zal in de toekomst haar culturele opdracht verwezenlijken via het webplatform Klara.be en de drie dimensies van de Cultuurdelta: de VRT-kanalen, content van individuen én materialen uit de culturele sector. Alleen, die driehoeksrelatie met user-generated content en de culturele sector moet nog gerealiseerd worden, want tussen de partners blijkt menig rechtenprobleem in te staan.
Over de (auteurs)rechten én plichten die bij e-cultuur komen kijken, zette Monika Meysmans ook een boompje op. Als de VRT eigen producties wil uitzenden, moet ze al tal van contracten en regelingen treffen. Wanneer het dan gaat om uitwisseling van content met de culturele sector, wordt het allemaal alleen maar problematischer en ingewikkelder.

Tot slot was het tijd voor het debat. Enkele belangrijke spelers uit het culturele veld (Hugo Callens (Socius), Koen Roelandt (Forum voor Amateurkunsten), Karen Vander Plaetse (Vooruit), Carolien Coenen (CJSM), Kristof Michiels (IBBT)) lieten hun licht schijnen over de 10 stellingen die hen door moderator Gert Nulens werden voorgedragen.
Waarom zat er niemand uit de bibliotheekwereld in dit panel? Ook zo iemand had interessante replieken kunnen geven op statements als:
– E-cultuurprojecten die op zoek zijn naar publieksvernieuwing eindigen vaak in publieksverbreding en -verdieping.
– De cultuurparticipant zal zelf een steeds grotere rol opnemen in de digitale cultuurruimte. Exit de expert en culturele canon.
– Auteursrechten zijn niet langer houdbaar in de digitale cultuurruimte.
– De digitale kloof zal vanzelf verdwijnen.
– Waar een wil is, is een (digitale) weg. De implementatie van digitale projecten is niet alleen een kwestie van kunnen, maar vooral van willen.

Het bijwonen van deze conferentie heeft me vooral doen relativeren, hoewel relativering lang niet in de stem van alle sprekers even duidelijk weerklonk. Is vernieuwing via e-cultuur ijdele hoop in de zin dat je veeleer hetzelfde publiek op een andere manier zal bereiken dan echt nieuwe doelgroepen? Kan internet cultuurparticipatie daadwerkelijk verhogen? Is het wel zo dat de jongeren van vandaag naast consumeren ook naar hartelust (willen) produceren?
Verder waren de gesprekken in de gangen weer geestverruimend. Iemand vertelde dat er pas sinds een zestal maanden vanuit (kleine) culturele organisaties meer en meer vragen komen over wat ze met Web 2.0 kunnen aanvangen. De belangstelling op Informatie 2007 voor alle lezingen die met Web 2.0 te maken hadden, wees voor bibliotheken op een gelijkaardig ontluikende liefde.

De eerste volwaardige conferentie van Cultuurlab was een meer dan geslaagde bijeenkomst, een die zeker een jaarlijkse editie verdraagt. Hou hun blog in de gaten!

De nieuwsgierige bibliothecaris

22/02/08

Smetty wees de Commissaresse op onderstaand citaat gepubliceerd op detender@media:

Er is een theorie die stelt dat mensen die erg nieuwsgierig zijn, meer dan andere mensen open staan voor nieuwe impulsen en tegelijkertijd een behoefte hebben om dingen te ordenen. Vaak gaan die twee niet samen. Er zijn veel mensen die openstaan voor nieuwe dingen, maar verder geen enkele behoefte voelen daar patronen in te zoeken. Er zijn ook genoeg mensen die op zoek zijn naar patronen, maar de vernieuwing graag uit de weg gaan. Als je beide neigingen hebt, ben je bovenmatig nieuwsgierig.

Roland Van der Vorst, “Nieuwsgierigheid”, NwADAM, 2007

Voilà, ook al gaat het boek Nieuwsgierigheid er helemaal niet over, Van der Vorst heeft hiermee dé bibliothecaris gedefinieerd. Niet enkel nieuwsgierig, niet enkel ordeningsgezind, maar vernieuwingsgericht en daar dan wat orde in scheppen.

Jeffrey Cools 2.0

21/02/08

Die zogenaamd ludieke actie van Jeffrey Cools – zijn eigen schilderijtje stiekem zelf ophangen tussen de topstukken van het Eindhovense Van Abbemuseum – zogezegd om te wijzen op de gebrekkige beveiliging van onze musea, is toch pure 2.0? User-generated content ten voeten uit! Cult of the amateur!
Jeffrey denkt alweer na over een volgende actie en is van plan om zijn kunstwerkjes ook in andere musea in Nederland en België op te hangen. Wie is de eerste om in alle bibliotheken der Lage Landen zijn/haar eigengereide dichtbundel op de rekken te plaatsen? Wel ook even de catalogi binnendringen dan…

De Digitale Bibliotheek is here to stay

18/02/08

Op het NVB Jaarcongres verzuchtte men meermaals dat er over bibliotheekwetenschap zeer weinig in het Nederlands gepubliceerd wordt.
De Digitale Bibliotheek, onder redactie van Bart van der Meij en Kees Westerkamp in 2007 uitgegeven, behandelt in negen hoofdstukken de veranderingen die het digitale tijdperk in speciale bibliotheken heeft teweeggebracht. De beperking tot bibliotheken binnen bedrijven en non-profit organisaties is een slimme keuze, want zo krijgen de artikels als vanzelf een bepaalde diepgang.
Hoofdstuk 1, Op schoot bij de eindgebruiker, omvat een soort SWOT-analyse van de digitale bibliotheek en is een goede introductie tot het thema. De andere hoofdstukken, telkens voorzien van een uitvoerige literatuurlijst, laten zich makkelijk in willekeurige volgorde lezen en behandelen deelonderwerpen als de toegankelijkheid van de digitale bibliotheek, het opstellen van een contentplan, de waardebepaling van een digitale bibliotheek, de informatievaardigheden van de gebruiker en de competenties van de digitale bibliothecaris.
Mijn drie favoriete artikels zijn echter nr. 4 De bouwstenen van de digitale bibliotheek, nr. 5 Juridische aspecten van informatie en in het bijzonder nr. 9 Library 2.0: een netwerkbeschouwing.
Centrale gedachte in hoofdstuk 4 is de evolutie van collectie naar connectie: het elders toegankelijk maken van aan de eigen collectie gerelateerde informatie. Daartoe worden doorheen de tekst allerlei datamodellen, uitwisselingsstandaarden, documentformaten en protocollen toegelicht. Dat is taaie materie, maar voor iedereen verstaanbaar gemaakt.
Bijdrage nr. 5 over de juridische aspecten van de digitale bibliotheek geeft een duidelijk overzicht van wat auteursrechten behelzen en een boeiende conclusie: als uitgevers gezamenlijk een internetportaal opzetten, zouden bibliotheken overbodig kunnen worden, maar bibliotheken kunnen dan wel nog een openbaarmakingsportaal zijn voor auteurs die hun werk beter willen verspreiden.
In hoofdstuk 9 krijg je uitleg bij de nieuwe businessmodellen die ontstaan door de democratisering van productie en distributie, alsook een visie op Special Library 2.0 in de vorm van een aantal interessante overwegingen bij de drie actoren: kenniswerkers, informatiespecialisten en uitgevers. De roep op meer ruimte voor persoonlijk kennismanagement en individuele creativiteit is hierbij een genot om lezen.
Ook al is de teneur van alle bijdragen dat de informatiefunctie van een bibliotheek geen toekomst heeft zonder digitale dienstverlening, de uitgave is een must-read voor zowel believers als non-believers, want – om het met de woorden van het boek te zeggen – wie gelooft in het concept van de digitale bibliotheek, gelooft ook in de toekomst van de bibliothecaris. Of zoals het in het nawoord wordt geformuleerd: “De digitale bibliotheek is here to stay.” Zo zal ook deze frisse bloemlezing – totdat gedateerdheid optreedt – als naslagwerk op mijn leeslijst blijven staan.

Collocatie

13/02/08

Op de baan naar Eeklo liggen een aantal grote ‘rommelwinkels’.
Op een van de ramen staat in grote gele letters geplakt:

WELDRA: COMMUNIE VALENTIJN PASEN LENTE

In termen van informatieontsluiting wordt hier gezondigd tegen het criterium van collocatie: naaste buren zijn geen naaste verwanten.

De Commissaresse had er willen binnengaan en vragen waarom de woorden op het raam niet chronologisch gerangschikt zijn, zoals de WELDRA suggereert.

Is de plakker de letters lukraak beginnen kleven? De langste woorden eerst? Heeft de plakker dit jaar een communicant in de familie en is zijn volgorde louter pragmatisch? Of is het net de bedoeling om de aandacht van voorbijrijdende bibliothecarissen te trekken?

Biblog Genk

3/02/08

Onlangs ontdekt, Genk heeft ook een biblog!

Acht posts nog maar, wel cool.
In het eerste bericht hebben ze het over hun ‘chaotische plaatsing’, in een ander over het nieuwe bibliotheekgebouw en -interieur (klinkt goed), dan weer over de extra functies in de catalogus, en er is een presentatie over Top Technologie voor de Genkse bibliotheek. Daarin heb ik voor het eerst van een sorteerstraat gehoord.

‘Bijdragers’ Jos en Viviane hebben het 2.0 licht gezien: SlideShare, YouTube, Picasa webalbums, nieuwsfeeds, LibraryThing, …

In de comments noemt iemand zich ‘Bibliotheekspeurder Van In’.
Zou Pieter Aspe een bibliotheekthriller aan het schrijven zijn?