Op edublogs.be verscheen een kort verslag over de studiedag ‘digitaal over de drempel’. Ik zie daar een zekere tegenspraak in.
Organisator VSNG, een steunpunt bij LINCvzw, wil onderzoeken hoe openbare bibliotheken en centra voor basiseducatie kunnen bijdragen aan het dichten van de digitale kloof. Wat is hun rol? Wat zijn hun sterktes en zwaktes, hun ambities en hun mogelijkheden?
Op de studiedag werden drie praktijkvoorbeelden gepresenteerd, alsook het project Bibopener, een toeleidingsmodule voor kwetsbare maatschappelijke groepen, of anders gezegd, een methodologie om het publieksbereik van openbare computerruimten en van de openbare bibliotheek uit te breiden. Met het initiatief wil LINCvzw op de eerste plaats bijdragen aan de informatiegeletterdheid van sociaal zwakkere groepen.
Kern van de zaak is dus het concept e-inclusie, een lovenswaardig concept.
Maar, wat me links en rechts opvalt, is dat e-inclusie in één adem wordt genoemd met bibliotheek 2.0.
Bij de post op edublogs.be zit het al in de titel: Digitale kloof en bib2.0. Verder:
Feit is dat veel bibliotheken een nieuwe rol aan het zoeken zijn in de kennis- of informatiemaatschappij. Een interessant rapport over de nieuwe rol van de klassieke bib (bib2.0) is de studie “De digitale openbare bibliotheek in Vlaanderen”.
Wat dat rapport van het VCOB volgens mij niet is, is een rapport over e-inclusie.
In de comments schrijft Steven Verjans:
In Nederland is er sinds december 2007 een ‘librarian-in-residence’ met als opdracht om de link naar Web2.0 te leggen. Meer uitleg vind je hier.
En je vindt er ook een bloeiende community van bibliothecarissen uit NL en VL die samen zoeken naar antwoorden en tips over hoe de bibliotheek zich moet/kan hervormen. bibliotheek20.ning.com.
Librarian 2.0 in Residence, Jan Tweepuntnul, heeft niet als hoofdopdracht bij te dragen aan de informatiegeletterdheid van sociaal zwakkere groepen.
Op Bibliotheek 2.0 ning wordt in verhouding relatief weinig over de digitale kloof gepraat.
Integendeel, zou ik zeggen, bib 2.0 believers gaan voor een stuk voorbij aan de kwetsbare maatschappelijke groepen, omdat 2.0 nu eenmaal staat voor iets (heel) anders dan e-inclusie. En omdat het een ándere manier is om de bibliotheek te benaderen.
Wat ik met 2.0 associeer, zijn digital natives, prosumers en egocasters.
Ik herinner me de Techno Tuesdays in Vancouver Public Library afgelopen zomer: vrij geavanceerde workshops over podcasten, bloggen, sociale netwerken, gericht op zulke egocasters, ideaal om de bib een ‘hip’ en ‘jong’ imago aan te meten?
Voor het project Bibopener worden leertrajecten ontwikkeld die nauw aansluiten bij de specifieke behoeften van de onderscheiden kansengroepen. Dit roept bij mij veeleer de associatie ‘solidair’ op dan ‘hip’ en ‘jong’.
Tot wie moet de openbare bibliotheek zich richten? Bij voorkeur tot iedereen, lijkt me.
Maar kan dat ook/nog? Ik stel het even zwart-wit.
Zal het het imago van de bib wel ten goede komen als we haar promoten als dé plek om de digitale kloof te dichten? Is er dan ook nog plaats voor de Net Generation? Of proberen we precies die Generatie Y voor ons te winnen en blazen we via hen de bibliotheek nieuw leven in, zodat ze voor iedereen (weer) aantrekkelijk wordt/blijft?
Anders geformuleerd, meten we onszelf een zacht imago aan, en verliezen we dan (een stuk) de strijd om de ‘nieuwe’ gebruiker, of gaan we voor een transformatie, proberen we onszelf alsnog te verkopen aan een jong en kritisch publiek?
Ik heb alvast een antwoord gezocht in de verse publicatie van het Sociaal Cultureel Planbureau De openbare bibliotheek tien jaar van nu. Daarover later meer.