Sporen gewist in 09/08

Tagging

29/09/08

Sinds de openbare bibliotheek van Amsterdam vanaf maart 2008 haar gebruikers toelaat om eigen trefwoorden toe te voegen, is tagging in Nederland en Vlaanderen een hot topic.
In 2008 verscheen ook het eerste echte Engelstalige boek over tags.

Tagging

Tagging: People-Powered Metadata for the Social Web van Gene Smith heeft als doel uit te leggen wat tagging is en wil in de eerste plaats een hulp zijn bij het ontwerpen van tagging systemen. In die zin richt het zich tot webdesigners en informatiearchitecten die een tagging systeem wensen te implementeren, maar ondanks die gespecialiseerde doelgroep is Tagging ook voor niet-techneuten licht verteerbaar.

Zeker de eerste vier hoofdstukken, het boek gaat van meer algemene naar meer specifieke onderwerpen, zijn voor álle informatiewerkers makkelijk leesbaar. Bovendien komen daarin het belang en de waarde van tagging aan bod, zowel voor gebruikers als voor ontwikkelaars, alsook een vergelijking van tags als metadata tegenover andere vormen van ontsluiting. Zonder vooringenomenheid beschrijft Gene Smith de spanning tussen de verschillende systemen en somt hij de pro’s en contra’s van tagging op. Voor elk van de aangehaalde valkuilen biedt hij gepaste oplossingen aan.
Hoofdstuk 5 tot en met 7 behandelen de meer technische aspecten zoals navigatie via tags, visualisatie van tags, datamodellen en scripts.
Beslist het lezen waard zijn de drie case studies in bijlage: Social Bookmarking (Del.icio.us), Media Sharing (YouTube, Flickr, Facebook, SlideShare) en Personal Information Management (Microsoft’s Photo Gallery, BlueOrganizer).

Dit alles is gegoten in een overzichtelijke lay-out, rijkelijk geïllustreerd en geschreven in een rechttoe rechtaan Engels. Een aanrader!

Er is ook een website die het boek vergezelt.

Voor de volgende aanvulling bij de losbladige Wegwijzer voor bibliotheken en documentatiecentra schreef ikzelf een uitgebreide bijdrage over tagging.

Wie is het?

22/09/08

Wie is het?

In de zomervakantie heb ik me Wie is het? aangeschaft, de reiseditie.
Op een strand nabij Palermo ging ik met mijn reisgezel een weddenschap aan: welk gezicht zij ook uitkoos, met maximum vijf ja/nee-vragen zou ik alle andere gezichten uitschakelen en het juiste raden.

Ik had voordien Gods algoritme voor het spel becijferd.
Je neemt telkens het meest onderscheidende kenmerk: de vraag die (indien mogelijk) precies de helft van het aantal gezichten elimineert.
Een voorbeeld.
De eerste vraag die je (altijd) stelt, is ‘ben ik een vrouw’ (8 vrouwen – 12 mannen). Indien dat zo is, vraag je vervolgens of je oorringen draagt (4 met – 4 zonder). Als dat waar is, moet je vragen of je een hoofddeksel op hebt (2 met – 2 zonder). En wanneer dat het geval is, vraag je of het een pet is (1 pet – 1 hoed). Zo ja, dan is het Maria!
Ander voorbeeld.
De eerste vraag die je stelt is ‘ben ik een man’. Indien dat waar is, vraag je of je een grote mond hebt. Als dat zo is, moet je vragen of je zwart haar hebt, enz.

Ik heb het spelletje gekocht om er in de les Inhoudelijke ontsluiting facetclassificaties mee te verduidelijken. Dat zijn meerdimensionale classificaties, in de bibliotheekwereld vooral gekend als de verfijnopties in AquaBrowser-catalogi of de zoekinterface van WorldCat.

Wie is het? illustreert dat het combineren van elementen uit verschillende facetten (geslacht, haarkleur, juwelen, hoofddeksel, …) een krachtige manier is voor nauwkeurige retrieval. Voorwaarde is wel dat het gaat om belangrijke en bij voorkeur formele kenmerken. De handleiding van het spel vermeldt:
“Spreek van te voren goed af, wat onder de verschillende kenmerken wordt verstaan. Wat is een dikke neus? En hoe noem je dat gele haar? Als je er halverwege het spel achter komt, dat je allebei een andere definitie gebruikt, is het te laat.”

Op het strand nabij Palermo namen we de proef op de som en waagden we ons aan een politiek incorrecte variant van het spel met vragen over karakter, gezins- en beroepssituatie, seksuele voorkeur, sociale achtergrond, vermeende kwaliteiten en tekortkomingen, …
Ben ik vrijgezel? Ben ik fetisjist? Ben ik marginaal? Ben ik rijk? Ben ik aantrekkelijk? Ben ik succesvol? Ben ik werkloos?
Op het eind bleek telkens weer dat mijn tegenstander en ik een ander gezicht in gedachten hadden.

Wie het spel online wil proberen: Wie is het? bij De Standaard of Spele.nl.

1001 supermarktwijnen

18/09/08

1001 supermarktwijnen

Een heel dankbaar onderzoeksonderwerp in de wereld der informatieontsluiting is wijn. Het is lekker. En het blijkt uitstekend om wat classificatietheorie aan te toetsen.

In september en oktober houden heel wat supermarkten een wijnfestival. De ene (gedrukte) brochure is daarbij de andere niet. Delhaize hanteert als eerste verdelingscriterium de kleur (wit, rosé, rood), Makro kiest voor type wijn én wijnstreek/land (dessert- en aperitiefwijnen, Luxemburg, Elzas, Loire, …, Champagne en schuimwijn). Wat hier het beste uitgangspunt is, hangt af van de klant, hoe die zijn wijn kiest.

Simonne Wellekens staat gekend als een wijnkundige die zich in de supermarktklant weet te verplaatsen. In 2008 verscheen van haar hand immers de eerste editie van 1001 supermarktwijnen. In de inleiding vermeldt ze: “Deze gids is bedoeld om het aankopen van wijn toegankelijker te maken voor de gewone man of vrouw.”
Is Simonne Wellekens daar met haar ontsluiting ook in geslaagd?

In Wellekens’ classificatie komt op het hoogste niveau de supermarkt (Carrefour-GB, Colruyt, Delhaize, Makro, Match, Oxfam-Wereldwinkels, Spar), op het tweede niveau staat de kleur / het type (rosé, wit, mousserend, rood) en tot slot – op de derde plaats – de prijs (tot 5 euro, tot 10 euro, meer dan 10 euro).

Die combinatievolgorde zit goed. De gewone man of vrouw is verknocht aan zijn supermarkt, die gaat niet voor een bepaald wijntje elders naartoe. De gewone man of vrouw heeft verder een kleur in het hoofd (ik maak vis, dus ik wil wit) en kijkt vervolgens pas naar de prijs. Het is niet omdat de rode twee euro minder kost dan de witte, dat de supermarktklant die zal kopen.
Bij deze drie niveaus blijft het. Binnen zijn prijsklasse krijgt elke wijn een quotering door middel van sterren en kun je de proefnotities (kleur, geur, smaak, alcohol) van de fles nalezen.
Geen indeling dus naar druif (Pinot Noir, Merlot, …) of wijnstreek (Bourgogne, Bordeaux, …) zoals in de klassieke gidsen voor kenners schering en inslag is.

So far so good, maar waarom heeft deze gids geen index? Soms zie ik een fles bij vrienden op tafel en dan vraag ik me af, wat zou Simonne Wellekens over deze wijn schrijven, in welke supermarkt verkopen ze hem, wat kost hij? Onbegonnen werk om dit via haar gids te achterhalen.

Ik heb nooit begrepen waarom er geen index is. Tot een cursist in de les Inhoudelijke ontsluiting opperde: “Zij vindt het waarschijnlijk onbeleefd dat iemand via haar gids de prijs van een gekregen fles zou opzoeken.”

Deskresearch

15/09/08

Deskresearch: informatie selecteren, beoordelen en verwerken

Deskresearch: informatie selecteren, beoordelen en verwerken van Kees Westerkamp en Maarten van Veen, behoort tot het weinige dat in het Nederlandse taalgebied over informatiewetenschap verschijnt. Ik heb het bijgevolg snel snel aangeschaft. Jammer genoeg blijken ook de auteurs en/of redacteurs vrij haastig te werk gegaan, want het boek bevat storend veel tik-, taal- en spelfouten.

Deskresearch is bedoeld voor studenten in het domein van management en economie, en dit op een toegepast wetenschappelijk niveau. Het is dan ook een echt handboek, met telkens een formulering van de leerdoelen, met praktijkvoorbeelden, met vragen en opdrachten op het einde van elk hoofdstuk.

De zes hoofdstukken zijn gebaseerd op het Amerikaanse Big Six stappenplan (Eisenberg & Berkowitz, 1990) voor het zoeken naar en beoordelen en verwerken van informatie, maar dan aangepast aan de huidige online wereld.
De inleiding bespreekt kort de benodigde vaardigheden voor deskresearch.
Daarna behandelt Stap 1 het formuleren van een goede zoekvraag met aandacht voor mindmapping als hulpmiddel.
Stap 2 gaat in op enkele basistechnieken om informatie te zoeken (Booleaanse operatoren!) en geeft een longlist van geschikte informatiebronnen (Google!).
In Stap 3 wordt die longlist tot een shortlist teruggebracht, met voor elke bron een zeer uitgebreide beschrijving. In die zin kan Deskresearch zeker een geschikt naslagwerk genoemd worden. De meeste van de besproken zoekmachines en databanken zijn evenwel uitsluitend toegespitst op Nederland (o.a. PiCarta, MD Info, Centraal Bureau voor de Statistiek Statline, Handelsregister van de Kamer van Koophandel). Dit maakt het overzicht niet bijster interessant voor de Vlaamse deskresearcher, tenzij die net een goed beeld wil krijgen van het Nederlandse informatielandschap.
Vervolgens bekijkt Stap 4 hoe informatie gebruikt en beoordeeld wordt: hoe maak je goede aantekeningen, aan welke eisen moet een samenvatting voldoen, hoe voorkom je plagiaat, wat zijn de formele en inhoudelijke criteria om de kwaliteit van informatie in te schatten?
Stap 5 omvat dan het verwerken van informatie: hoe maak je een literatuurlijst en correcte verwijzingen?
In Stap 6 (Wat is de kwaliteit van je rapportage?) worden de voorgaande stappen herhaald aan de hand van een concreet door studenten uitgevoerd deskresearchproject. Hen werd gevraagd een huisstijl voor een bedrijf te ontwikkelen. Daartoe rapporteerden ze eerst over hun branche-analyse en daarna over hun bedrijfsanalyse.

Deskresearch mikt op het verwerven van technische, inhoudelijke en methodische vaardigen, competenties zo je wil, voor het zoeken, beoordelen en verwerken van informatie.
Bijzonder is daarbij de aandacht voor overheidsgerelateerde informatie alsook voor bedrijfs- en marktinformatie. Het boek is geschreven met een deskresearcher in het hoofd die werkt voor een reclame- of marketingadviesbureau. Dat is voor een op Vlaamse leest geschoeide informatiewetenschapper zonder meer een verfrissende invalshoek.

Een blog als tweede huid

11/09/08

Wow!ter vraagt naar ons blogwedervaren, wij draaien.

Begin 2007 werd in Vlaanderen nauwelijks iets over Bibliotheek 2.0 geschreven. Dat is intussen gelukkig veranderd, maar toen was het wel hét onderwerp dat ik niet links kon laten liggen. Ondertussen gebruik ik deze blog niet zozeer meer om de boodschap te verkondigen, maar vooral om ideeën bij te houden, het mag al eens wat filosofischer, recensies te schrijven, en een lans te breken voor Ontsluiting 2.0, een liefde die niet roest.
“Let your passion shape your blog”, zegt David Armano.

Ik hou van de naam Commissaresse. Hoewel sommigen het wat streng vinden klinken, is het altijd plezant als iemand zegt “ha, hier heb je de Commissaresse”. Op korte tijd is de blog uitgegroeid tot een product dat ik altijd zal koesteren, of de blog nu wel of niet blijft bestaan.

Alleen al om dat hele spel met online identiteiten vind ik bloggen – en bij uitbreiding alle sociale netwerken – reuzeinteressant.

Ook plezierig is het sterke community gevoel onder bibliobloggers. Daar zitten het Bibliotheek 2.0 platform en vragen stellende mannen als Wow!ter zeker voor iets tussen.