Sporen gewist in 07/09

23 Dingen in Vlaanderen

8/07/09

Onderstaande tekst is in licht gewijzigde vorm gepubliceerd in Digitale Bibliotheek (nummer 3, 2009).

In dit artikel werp ik eerst een blik op de 23 Dingen initiatieven in de Vlaamse bibliotheekwereld. Daarna vertel ik als 23 Dingen coach over mijn ervaringen met de cursus aan de bibliotheekschool van Gent. Mijn bedenkingen bij het leerprogramma zijn grotendeels gebaseerd op de bevindingen van de deelnemers die ik verzameld heb via schriftelijke enquêtes en mondelinge bevragingen.

Op 23 januari 2009 lanceerde Bibnet, een projectorganisatie van de Vlaamse Overheid, de website 23dingen.be. Dit is een vertaling van het 23 Dingen leerprogramma naar Vlaanderen in samenwerking met de maker van de Nederlandse versie 23dingen.nl, Rob Coers.
Daarmee heeft het Vlaamse bibliotheekpersoneel nu ook een plek om volledig zelfstandig de 23 Dingen te doorlopen. Volgens Johan Mijs van Bibnet zijn inmiddels een 35-tal bibliotheekmedewerkers op deze manier met het programma gestart.
Daarnaast biedt 23dingen.be bibliotheken de mogelijkheid een eigen platform te openen, bijvoorbeeld 23dingen.be/bibsele, en zich bij het leerproces te laten begeleiden door een zelfstandig trainer. Voorlopig hebben volgens Johan Mijs van Bibnet echter nog geen bibliotheken voor deze formule gekozen.

De meeste Vlaamse bibliotheekmedewerkers opteerden tot dusver voor de Start to web 2.0 opleiding aan de bibliotheekschool van Gent. Sinds oktober 2008 hebben 65 bibliotheekmedewerkers, verdeeld over 4 groepen, zich voor deze bijscholing ingeschreven.
Voor het schooljaar 2009-2010 staan 6 nieuwe groepen gepland. Bovendien zal de bijscholing ook als maatwerk worden aangeboden aan een aantal provincies en regionale samenwerkingsverbanden.

De cursus omvat 10 uren contactonderwijs en 30 uren afstandsonderwijs. Daarbij wordt intensief gebruikgemaakt van de elektronische leeromgeving (ELO) van de bibliotheekschool. De cursisten doorlopen er in circa 10 weken de 23 Dingen via een 100-tal opeenvolgende stappen in een leerpad. Dit wijkt af van de structuur van 23dingen.be en 23dingen.nl, waar elk Ding afzonderlijk wordt gepubliceerd in de vorm van een blogbericht. Het leerpad in de ELO laat toe om de leerstof in kleinere – meer aanschouwelijke – leerinhouden en -activiteiten op te delen. Wat wel met het originele concept overeenstemt, is dat iedere deelnemer een eigen weblog start en blogt over zijn ervaringen met de Dingen. Hij denkt na over hoe ze ingepast kunnen worden in de dienstverlening en schrijft daarover. Bovendien volgt hij de blogs van de andere deelnemers en reageert op hun berichten.
Aan het einde van de opleiding ontvangt de cursist van de bibliotheekschool een bewijs van deelname. Als hij slaagt voor de permanente evaluatie, d.w.z. kritisch blogt over minstens 20 Dingen, ontvangt hij daarenboven een attest.

De coach begeleidt maximum 18 deelnemers per groep en verschaft ondersteuning tijdens de contactsessies bij de start en afronding, via reacties op de blogberichten en via de agenda, forums en aankondigingen binnen de elektronische leeromgeving. De ELO biedt naast het leerpad dus ook tools die gebruikt worden voor de opvolging van de deelnemers en zo een meerwaarde geven aan het leerproces.

Helene Blowers, de bedenkster van 23 Things, heeft haar online leerprogramma niet voor niets de hoofdtitel Learning 2.0 meegegeven. Leren 2.0 is een nieuwe benadering van leren waarbij cursisten vooral leren door zelf te doen. Het is leren door ontdekken en proberen, spelen en delen, schrijven en reageren. De cursisten laten zich door elkaar inspireren en de coach leert van op afstand mee.
Leren 2.0 is naast zelfstandig werken ook inventief en assertief zijn, zich laten verrassen en zijn drempelvrees overwinnen, maar ook wel eens tijd verliezen, sukkelen, zich gefrustreerd voelen en vloeken.

Dit is niet voor elke cursist even evident.
Uit een bevraging bij aanvang van de cursus blijkt dat er – zoals te verwachten valt – onder de deelnemers heel verschillende leerstijlen voorkomen.
Aan de ene kant heb je mensen die liefst in groep leren, bij voorkeur aan de hand van een goed geplande en gestructureerde cursus, met veel mogelijkheid tot direct contact met de begeleider. Aan het andere uiteinde zitten mensen die liefst zelfstandig en op eigen ritme door een cursus gaan, bij problemen zelf een oplossing zoeken, en weinig of geen behoefte hebben aan begeleiding.
Toch geven op het einde van de 23 Dingen cursus slechts een minderheid van de cursisten aan dat ze liever zouden hebben dat iemand hen alle leerinhouden face to face doceert, zodat ze alles gewoon kunnen instuderen. Iets meer dan de helft van de cursisten melden dat ze de leerstof intensiever hebben doorgenomen en aldus meer kennis hebben opgenomen dan bij louter klassikaal onderwijs het geval zou zijn geweest. Bij hen heeft afstandsleren er ook voor gezorgd dat ze andere competenties hebben verworven zoals zelfstandig leren zoeken naar oplossingen, leren samenwerken met anderen en leren communiceren over een probleem.
Als je – in de mate van het mogelijke – rekening houdt met de verschillende leerstijlen, lijken de 23 Dingen dus wel degelijk geschikt voor afstandsleren.

Opmerkelijk is dat nogal wat cursisten aangeven bij de 23 Dingen cursus kant-en-klare handleidingen te missen. Die verzuchting staat eigenlijk haaks op de 2.0 gedachte. Learning 2.0 beoogt dat deelnemers zich laten onderdompelen en zelf voor een stuk de dingen gaan uitzoeken en ontdekken in plaats van stap voor stap een gids te volgen.
Of men nu wel of niet ingaat op de vraag naar stap voor stap instructies, het is, om teleurstelling te voorkomen, alleszins aangewezen de leerdoelen en methodiek voorafgaand aan en zeker bij de start van de cursus te verduidelijken.
Eenmaal de drempelvrees overwonnen, blijkt de roep om handleidingen trouwens sterk af te nemen. Voor de meeste cursisten is het dan ook mogelijk de opdrachten af te handelen aan de hand van de – veeleer beschouwende – informatie in het leerpad en eventueel wat extra hulp van de coach en/of andere deelnemers. Wie graag meer gedetailleerde uitleg heeft, kan immers altijd terecht in de forums van de ELO, waarvan daadwerkelijk veel gebruikgemaakt wordt.
Vermeldenswaard is hierbij nog dat het merendeel van de cursisten na afloop van de cursus aangeeft dat ze zonder coaching en aanmoediging van de begeleider en medecursisten de eindstreep niet gehaald zouden hebben.

Verder melden behoorlijk wat deelnemers in tijdnood te verkeren. Zij besteden ettelijke uren aan het tot in de puntjes uitpluizen van de Dingen. Bovendien spenderen zij veel tijd aan het lay-outen en verfraaien van hun blog, niet meteen een basisvereiste om de 23 Dingen cursus tot een goed einde te brengen.
Het is hier aan de coach om duidelijk aan te geven wat hoofdzaken en wat bijzaken zijn.
De 23 Dingen coach moet zich daarbij ook de vraag stellen of het interessanter is om deelnemers van zo veel mogelijk Dingen slechts kort te laten proeven dan wel om minder Dingen voor te schotelen, maar die dan diepgaander te behandelen. Deze keuze hangt uiteraard af van het niveau van de groep.
Wanneer iemand stelt dat de 23 Dingen cursus niet aan zijn verwachtingen beantwoordt, is dit trouwens altijd een meer gevorderde deelnemer die de Dingen te gronde wil leren toepassen in plaats van er louter mee kennis te maken.
Een oplossing waar bijna niemand iets voor voelt, is de duur van het programma verlengen, zodat in meer uren meer dingen meer diepgaand kunnen worden bestudeerd. Uit de bevraging komt naar voren dat het merendeel van de cursisten 10 weken net goed vinden, niet langer of niet korter.

Ongeveer de helft van de cursisten geeft aan naast de start- en slotbijeenkomst nood te hebben aan een tussentijdse ontmoeting voor meer toelichting bij Dingen die ze zelfstandig maar moeilijk kunnen verwerken. Daarbij is er niet alleen vraag naar meer technische uitleg, maar ook naar meer discussie en brainstormen, zodat men elkaar beter kan voeden met ideeën.
Verder spreken bijna alle cursisten de wens uit na geruime tijd nogmaals bij elkaar te komen om te bekijken of de 23 Dingen cursus daadwerkelijk zijn vruchten heeft afgeworpen in de bibliotheken. Ook al zijn nu reeds enkele ex-cursisten in hun bibliotheek aan de slag gegaan met bloggen, Facebook, verrijking van de catalogus, enz., voorlopig is het voor Vlaanderen te vroeg om conclusies te trekken over de invloed van de 23 Dingen cursus. Op moment van schrijven is op 23dingen.be de eerste cyclus nog niet afgerond en hebben aan de bibliotheekschool nog maar vier groepen het 23 Dingen traject volbracht.
De Bibliotheekschool van Gent plant daarom in het voorjaar van 2010 een terugkomdag voor alle ex-deelnemers en andere geïnteresseerden, een dag waarop ervaringen zullen worden uitgewisseld en resultaten geïnventariseerd.
Tegen dan zullen ook aanzienlijk meer Vlamingen de 23 Dingen doorlopen hebben, zodat een vergelijking met de verwezenlijkingen van de duizenden 23 Dingers uit Nederland mogelijk wordt.