23 Dingen als e-leerprogramma: leerstijlen

Vier weken geleden zijn aan de Bibliotheekschool van Gent 15 kersverse bibliotheekmedewerkers én 1 ICT-verantwoordelijke (!) gestart met een tweede reeks “23 Dingen”.
Deze keer heb ik tijdens de startbijeenkomst een klein onderzoekje verricht. Ik zou immers graag het antwoord weten op – onder meer – de volgende vragen:

    – Past de cursus wel bij de leerstijl(en) van de deelnemers?
    – Is 23 Dingen in huidige vorm wel geschikt voor afstandsleren?

Met het oog op de eerste vraag heb ik de deelnemers twee leerstijltests laten afleggen, die van ELEC en een test gebaseerd op de theorie van Kolb.

Als je de favoriete leerstijlen van je deelnemers kent, weet je ook welke leervormen en leermiddelen het beste bij hen passen.

Bij de ELEC E-leerstijltest zijn er drie mogelijke uitkomsten:

    – of iemand is overwegend een woestijnvos, wat betekent dat hij/zij liefst in groep leert, bij voorkeur aan de hand van een goed geplande en gestructureerde cursus, met veel mogelijkheid tot direct contact met de begeleider,
    – of iemand is overwegend een aubergine, wat betekent dat hij/zij liefst zelfstandig en op eigen ritme door een cursus gaat, bij problemen zoeken aubergines zelf een oplossing, zij hebben weinig of geen behoefte aan begeleiding,
    – of iemand is overwegend een terracotta potje, wat iets is tussen een woestijnvos en aubergine in.

Volgens Kolb zijn er vier manieren waarop je dingen kunt leren:

    – denkers (nadenkend) willen zelf het hoe, wat en waarom ontdekken en vragen zelden hulp aan anderen, ze leren het meest uit boeken en voordrachten,
    – doeners (praktisch) experimenteren graag en leren het best via ervaringen, ze werken graag samen, maar willen vlug resultaat en hebben moeite om hoofd- en bijzaken te onderscheiden,
    – dromers (creatief) hebben tijd en ruimte nodig, ze kijken graag naar anderen en leren het meest uit (visuele) voorbeelden,
    – beslissers (oplossingsgericht) voelen zich goed bij een stap na stap uitgetekende leerroute, ze leren het best onder begeleiding van een expert en leren het meest uit voorbeelden uit de praktijk.

Van de 16 deelnemers zijn er:

    – 1 woestijnvos, 9 terracotta potjes en 6 aubergines,
    – 3 denkers, 5 doeners, 7 dromers en 1 beslisser.

Ik vraag me af of er een verband bestaat tussen deze leerstijlen en de tevredenheid over de huidige 23 Dingen als e-leerprogramma waarin de cursisten vooral zelfstandig leren.
Bevalt het de aubergines meer dan de woestijnvossen en terracotta potjes?
Zijn de denkers er meer tevreden over dan de doeners?
En vooral, kan er iets gedaan worden om het programma te laten inspelen op zoveel mogelijk verschillende leerstijlen?

Meer hierover na de evaluatie van het programma op het einde van deze reeks.

4 bewijzen voor “23 Dingen als e-leerprogramma: leerstijlen”

  1. Natalie zegt:

    Pfoe, je stelt jezelf wel voor een uitdaging. Ben wel benieuwd wat eruit komt.

    Ik zie bij mijn politiegroep nu hetzelfde patroon als bij de biebgroep, namelijk dat er altijd mensen zijn bij wie het niet goed gaat, bij wie het redelijk gaat (grootste groep) en bij wie het heel goed gaat. Het lijkt me lastig de cursus zodanig aan te passen dat het uiteindelijk met iedereen goed gaat.

  2. Karolien zegt:

    Dag Eva,

    Ik vind die leertypes (aubergine enz) niet terug op de website van ELEC?

  3. Commissaresse zegt:

    @Karolien: ik denk dat de benamingen woestijnvos, etc. een uitvindsel zijn van Toll-net bij wie ik een workshop over digitale didactiek heb gevolgd.

    @Natalie: geef jij 23 Dingen aan de politie?

  4. Natalie zegt:

    @ Commissaresse: inderdaad! Zie hiervoor een blogpost op ambtenaar20.ning.com of op mijn eigen blog!

Lever bewijs