Baby’s uit de lange staart
Een blog die ik met plezier volg, is David Weinbergers Everything is miscellaneous. Omdat hij leuk denkt. Zo linkte hij onlangs de huidige diversiteit aan voornamen aan de alomtegenwoordige lange staarten.
Inderdaad, waar ik onder mijn kennissen drie Jokes, vijf Carinen en tien Sofies tel, heten hun kinderen Pita, Iege en Piffin.
Op de website van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van onze federale overheid verscheen eind 2002 (aan de vooravond van de 2de dot-com bubble) een nieuwsflits met de titel Steeds meer verschillende voornamen.
De redenen voor deze toenemende diversiteit zijn vermoedelijk van velerlei aard: de in toenemende mate multi-etnische samenstelling van de bevolking, toenemende contacten met het buitenland, individualisering, emancipatie, detraditionalisering, een grotere soepelheid bij de bevolkingsdiensten en het bestaan van nieuwe manieren om het voornamenbestand te raadplegen.
Een unieke naam is alvast handig als je in deze tijden nog een herkenbaar Hotmail of Google adres wil bemachtigen.
Misschien is er wel een verband tussen de namen die we aan onze kinderen geven en de grote variatie aan virtuele namen waarmee we tegenwoordig geconfronteerd worden? Zijn we zo gewoon aan de bonte verscheidenheid van nicknames dat we het op onze nakomelingen projecteren?
In het artikel is er verder sprake van de Mandelbrotverzameling en de wet van Zipf: de frequentie van voorkomen van een naam is omgekeerd evenredig met de rang van de naam in de frequentietabel. Het gaat hier om statistische distributies waarbij de lange staart een bekend gegeven is. Dat heeft Weinberger dus goed gezien.

Ook vermeldenswaard in dezen is de website van Kind en Gezin. Je kan er voornamen zoeken volgens populariteit óf volgens originaliteit.
Blijkt dat er tussen 1996 en 2008 geen Commissaresse geboren is.
5/06/08 om 6:23
Pas maar op, of die unieke naam wordt nog een hype ;)
5/06/08 om 7:14
Ik zou zelfs meer durven zeggen: de wet van Zipf ligt ook aan de basis van het Pareto-principe – de fameuze 80/20-regel waarmee je ook in de bibliotheeksector mee om de oren wordt geslagen. En Wikipedia durft zelfs te stellen: “Uitgezet op dubbellogaritmisch papier is het lineaire verband tussen de logaritmen van rangnummer en kans of frequentie een rechte lijn.”
Dat we dat nog mogen meemaken. Zo om kwart over acht ‘s morgens…