Bibliotheek aan het water: een terugblik

Nu de zon schijnt, komen de herinneringen aan de verschillende bibliotheken van de universiteit van Gent weer boven. Als jobstudent heb ik ‘s zomers zowat in allemaal geresideerd, elke maand juli, augustus en/of september in een andere, die van de Sterre, die aan de Ledeganck, ook de Boekentoren.
Liefst zat ik in die van de bio-ingenieurs aan de Coupure, met zicht op het water, zijn hoge ramen, broze boekruggen, antieke kaartenbakken en robuuste meubels, van donker kastanje, denk ik. Het was er koel en het was er kalm. Ik las er minstens tien romans op een maand en verrichtte een beetje bibliotheekwerk. Op de zwartlederen stoel aan het kastanjehouten bureau ontdeed ik de toegekomen tijdschriften van hun plastiekje, schreef ze in op de lijst, drukte er een stempel op en verhuisde ze naar de leestafel, waar ze onaangeroerd bleven, want bezoekers waren er nauwelijks. Dat was een andere taak, passanten turven, maar veel streepjes hoefde ik dus niet te zetten. Als er al een keer iemand langskwam – een uit vakantie teruggekeerde professor, een student met een zware tweede zit – had die meestal iets uit het archief in de kelders nodig en dan trokken we daar met de bronzen sleutel naartoe, even de benen strekken.
Het waren inspirerende dagen. Een computer stond er niet. Af en toe sprong mijn lief of een van de vrienden binnen, maar ze konden de stilte niet verdragen, hielden het er niet uit, want buiten scheen de zon en daarbinnen was het koel en donker. Een bibliotheek waar een open haard niet zou misstaan, net zo handig bij het wieden.
In augustus trek ik er opnieuw naartoe, kijken of er dan ook zo’n jong meisje aan het bureau zit, of de kaartenbakken verdwenen zijn, hoeveel computers er staan, en of de open haard brandt.

Lever bewijs


Bad Behavior has blocked 619 access attempts in the last 7 days.