Cultuur in een netwerksamenleving

Onder de naam Under construction: cultuur in een netwerksamenleving vond op donderdag 14 en vrijdag 15 februari aan de VUB een conferentie plaats georganiseerd door Cultuurlab, de e-cultuurcel van onderzoeksgroep IBBT/SMIT en CHIPSvzw.

De eerste die vrijdag in de track Virtuele cultuurparticipatie aan het woord kwam, was Gert Nulens, drijvende kracht achter Cultuurlab. Hij stelde de resultaten voor van een participatiesurvey waarin drie vragen centraal stonden: wie zoekt online informatie over cultuur, wie koopt online cultuurproducten aan, wie beleeft online cultuur?
Niet verrassend waren de opgemerkte verschillen op grond van leeftijd, opleiding en geslacht. Ook de bevinding dat de muzieksector er bovenuit springt en dat cultuur die in real life populair is, dat ook is in een virtuele omgeving, was weinig nieuws onder de zon.
Interessanter was de constatering dat 30% van de ondervraagden die beweren virtueel te participeren dit maar zelden of nooit doen in real life, of anders geformuleerd: het reële en virtuele publiek overlapt voor 70%. Trekt online cultuur onverwachte publieken aan? Iemand uit de zaal vroeg om nuancering: wanneer wie slechts eenmaal om de 6 maanden online iets beluistert/bekijkt, ook als participant wordt beschouwd, dan is cultuurparticipatie wel heel ruim genomen.

Daarna nam Jos de Haan (Erasmus Universiteit Rotterdam) het woord met een voorstelling van een onderzoek, uitgevoerd door Frank Huysmans, naar internet als bron van cultureel erfgoed informatie. Hoe gaan mensen op zoek naar informatie over het verleden? De conclusie hier was dat het receptieve een stuk belangrijker blijkt dan het actieve. Op de hoogte komen en blijven is voor de verschillende doelgroepen duidelijk van meer belang dan het zelf delen van informatie.
Jos de Haan presenteerde ook het onderzoek van Sylvie van der Poll naar het gebruik van theaterwebsites onder het publiek van 13 Nederlandse theaters. Het profiel van de digitale bezoekers lijkt op dat van de fysieke bezoekers. Die relatie tussen virtueel en reëel blijkt ook uit de bevinding dat 85% van de ondervraagden binnen 30 minuten reistijd van het theater woont, en dat de websites vooral gebruikt worden voor praktische doeleinden voorafgaand aan theaterbezoek.
Toch poneerde Jos de Haan dat er potentie is om via internet een nieuw, groter publiek te bereiken. Dit ontlokte aan de zaal de bedenking hoe je dat louter virtueel theaterpubliek dan naar het ‘echte’ theater trekt, of geef je ze online voorstellingen en zo ja, is dat dan wel ‘echte’ theaterparticipatie?

In de namiddag schoof ik aan voor nog meer onderzoeksresultaten in de track Jongerencultuur en ICT.
Eerst nam Hans Martens (Universiteit Antwerpen) het woord. Hij is bezig met media-educatie en bracht een analyse naar voren van de vijf werelden in INgeBEELD3, een audiovisueel vormend project met als doel het stimuleren van kritisch en creatief mediagebruik. Bij de vraag of de culturele en politieke doelstellingen van media-educatie via dit project wel bereikt worden, plaatste Hans Martens nogal wat vraagtekens.

Tim Van Lier (IBBT/SMIT) onderhield ons over Ketnet Kick, de online 3D multi-player omgeving van de VRT voor Vlaamse kinderen. Ketnet Kick geldt als een good practice van een spel dat zowel creativiteit als samenwerking stimuleert, een goed voorbeeld ook van evenwicht tussen educatie en plezier. Rest nog de vraag waar zo’n digitale speelplaats voor kinderen thuishoort, in de vrije tijd of kan het ook in de klas?

Chris Vleugels (IBBT/SMIT) stelde dat de digitale generatie niet bestaat, dat het credo van iedereen prosumer een mythe is. Hij had gedurende een periode van 10 maanden 17 jongeren gevolgd om te kijken of zij voldoen aan de hoge verwachtingen die men van de huidige generatie heeft. De 12-18 jarigen bleken slechts in geringe mate creatieve gebruikers: user-generated content beperkte zich bij het onderzochte panel tot het laden van foto’s op een sociaal netwerk en een occasioneel filmpje op YouTube. Vooral cadeaus aan elkaar leidden al eens tot creatief ICT-gebruik: fotocollages, PowerPoint-presentaties, verzameldcd’s van gedownloade nummers mét eigengemaakt hoesje.
Chris Vleugels concludeerde dat de creatieve mogelijkheden van ICT nog niet ten volle benut worden en dat daar zeker een rol voor het onderwijs in is weggelegd.

Ook in de volgende track, e-cultuurbeleid: kansen en uitdagingen, kwamen drie sprekers aan het woord.
Geert Wissink (Stichting Nederland Kennisland) hield een korte uiteenzetting over Beelden voor de toekomst, een grootschalig project om 100 jaar audiovisueel erfgoed te conserveren, digitaliseren en ontsluiten. Ik noteerde zowel de research blog als het Onderwijs Media Platform als de moeite waard om verder op te volgen.

De volgende twee sprekers waren naar Brussel afgezakt namens onze openbare omroep.
Walter Couvreur toonde eerst hoeveel procent van de zendtijd de verschillende tv- en radiozenders momenteel aan cultuur besteden. Klara kwam hier uiteraard uit als dé cultuurzender, maar waarom dit niet uitbreiden naar televisie, internet en mobiele toepassingen?
De VRT zal in de toekomst haar culturele opdracht verwezenlijken via het webplatform Klara.be en de drie dimensies van de Cultuurdelta: de VRT-kanalen, content van individuen én materialen uit de culturele sector. Alleen, die driehoeksrelatie met user-generated content en de culturele sector moet nog gerealiseerd worden, want tussen de partners blijkt menig rechtenprobleem in te staan.
Over de (auteurs)rechten én plichten die bij e-cultuur komen kijken, zette Monika Meysmans ook een boompje op. Als de VRT eigen producties wil uitzenden, moet ze al tal van contracten en regelingen treffen. Wanneer het dan gaat om uitwisseling van content met de culturele sector, wordt het allemaal alleen maar problematischer en ingewikkelder.

Tot slot was het tijd voor het debat. Enkele belangrijke spelers uit het culturele veld (Hugo Callens (Socius), Koen Roelandt (Forum voor Amateurkunsten), Karen Vander Plaetse (Vooruit), Carolien Coenen (CJSM), Kristof Michiels (IBBT)) lieten hun licht schijnen over de 10 stellingen die hen door moderator Gert Nulens werden voorgedragen.
Waarom zat er niemand uit de bibliotheekwereld in dit panel? Ook zo iemand had interessante replieken kunnen geven op statements als:
– E-cultuurprojecten die op zoek zijn naar publieksvernieuwing eindigen vaak in publieksverbreding en -verdieping.
– De cultuurparticipant zal zelf een steeds grotere rol opnemen in de digitale cultuurruimte. Exit de expert en culturele canon.
– Auteursrechten zijn niet langer houdbaar in de digitale cultuurruimte.
– De digitale kloof zal vanzelf verdwijnen.
– Waar een wil is, is een (digitale) weg. De implementatie van digitale projecten is niet alleen een kwestie van kunnen, maar vooral van willen.

Het bijwonen van deze conferentie heeft me vooral doen relativeren, hoewel relativering lang niet in de stem van alle sprekers even duidelijk weerklonk. Is vernieuwing via e-cultuur ijdele hoop in de zin dat je veeleer hetzelfde publiek op een andere manier zal bereiken dan echt nieuwe doelgroepen? Kan internet cultuurparticipatie daadwerkelijk verhogen? Is het wel zo dat de jongeren van vandaag naast consumeren ook naar hartelust (willen) produceren?
Verder waren de gesprekken in de gangen weer geestverruimend. Iemand vertelde dat er pas sinds een zestal maanden vanuit (kleine) culturele organisaties meer en meer vragen komen over wat ze met Web 2.0 kunnen aanvangen. De belangstelling op Informatie 2007 voor alle lezingen die met Web 2.0 te maken hadden, wees voor bibliotheken op een gelijkaardig ontluikende liefde.

De eerste volwaardige conferentie van Cultuurlab was een meer dan geslaagde bijeenkomst, een die zeker een jaarlijkse editie verdraagt. Hou hun blog in de gaten!

Lever bewijs