23 Dingen als e-leerprogramma: beginsituatie

19/02/09

In een vorige post vermeldde ik dat ik graag het antwoord zou weten op volgende vragen:

- Past de 23 Dingen cursus wel bij de leerstijl(en) van de deelnemers?
- Is 23 Dingen in de huidige vorm wel geschikt voor afstandsleren?

Verder vind ik het ook belangrijk om bij het begin te peilen naar de voorkennis en motivatie van de deelnemers.
In welke mate speelt ICT-vaardigheid een rol bij het succesvol doorlopen van de cursus? Is het programma lichter verteerbaar voor believers dan voor non-believers?

Daarom beoordeelden de huidige 16 deelnemers de volgende 12 stellingen op een schaal van 1 tot 5
(1 = helemaal niet akkoord, 5 = helemaal akkoord):

- Ik werk graag met een computer.
- Ik kan vlot met een computer werken (algemene ICT-vaardigheden).
- Ik volg de huidige ontwikkelingen op het internet, zoals sociale software, gaming, mobiel internet, …
- Ik maak actief gebruik van nieuwe online toepassingen zoals Flickr, Delicious, LibraryThing, Facebook, …
- In de bibliotheek doe ik graag computerwerk.
- Ik vind de huidige ontwikkelingen op het internet belangrijk voor het voortbestaan van de bibliotheek.
- Ik vind de huidige ontwikkelingen bedreigend voor het voortbestaan van de bibliotheek.
- Ik vind dat mijn bibliotheek meer op de huidige ontwikkelingen zou moeten inspelen.
- Ik vind dat mijn bibliotheek op het internet meer aanwezig en zichtbaar zou moeten zijn.
- Ik ben ervan overtuigd dat door de huidige ontwikkelingen op het internet onze gebruikers ook veranderen.
- Ik ben ervan overtuigd dat de bibliotheek meer gebruikers zal aanspreken als we op de huidige ontwikkelingen inspelen.

De reacties waren gemiddeld genomen niet bijzonder verrassend. De meeste deelnemers zien de computer graag en geven aan er ook vlot mee overweg te kunnen. De huidige ontwikkelingen werden bij aanvang van de cursus zowel passief als actief nog maar door een minderheid gevolgd. Aan het belang van die ‘nieuwigheden’ voor de bibliotheek wordt niet getwijfeld, al zien sommigen er wel een bedreiging in en gelooft niet iedereen dat men door meer op die ontwikkelingen in te spelen, ook daadwerkelijk meer gebruikers zal aantrekken.

Wederom ben ik benieuwd welke invloed die voorkennis, motivatie en perceptie hebben op de tevredenheid over 23 Dingen.

Ook hierover meer na de evaluatie van het programma op het einde van deze cursusreeks.

Bookmark and Share

23 Dingen als e-leerprogramma: leerstijlen

11/02/09

Vier weken geleden zijn aan de Bibliotheekschool van Gent 15 kersverse bibliotheekmedewerkers én 1 ICT-verantwoordelijke (!) gestart met een tweede reeks “23 Dingen”.
Deze keer heb ik tijdens de startbijeenkomst een klein onderzoekje verricht. Ik zou immers graag het antwoord weten op – onder meer – de volgende vragen:

    - Past de cursus wel bij de leerstijl(en) van de deelnemers?
    - Is 23 Dingen in huidige vorm wel geschikt voor afstandsleren?

Met het oog op de eerste vraag heb ik de deelnemers twee leerstijltests laten afleggen, die van ELEC en een test gebaseerd op de theorie van Kolb.

Als je de favoriete leerstijlen van je deelnemers kent, weet je ook welke leervormen en leermiddelen het beste bij hen passen.

Bij de ELEC E-leerstijltest zijn er drie mogelijke uitkomsten:

    - of iemand is overwegend een woestijnvos, wat betekent dat hij/zij liefst in groep leert, bij voorkeur aan de hand van een goed geplande en gestructureerde cursus, met veel mogelijkheid tot direct contact met de begeleider,
    - of iemand is overwegend een aubergine, wat betekent dat hij/zij liefst zelfstandig en op eigen ritme door een cursus gaat, bij problemen zoeken aubergines zelf een oplossing, zij hebben weinig of geen behoefte aan begeleiding,
    - of iemand is overwegend een terracotta potje, wat iets is tussen een woestijnvos en aubergine in.

Volgens Kolb zijn er vier manieren waarop je dingen kunt leren:

    - denkers (nadenkend) willen zelf het hoe, wat en waarom ontdekken en vragen zelden hulp aan anderen, ze leren het meest uit boeken en voordrachten,
    - doeners (praktisch) experimenteren graag en leren het best via ervaringen, ze werken graag samen, maar willen vlug resultaat en hebben moeite om hoofd- en bijzaken te onderscheiden,
    - dromers (creatief) hebben tijd en ruimte nodig, ze kijken graag naar anderen en leren het meest uit (visuele) voorbeelden,
    - beslissers (oplossingsgericht) voelen zich goed bij een stap na stap uitgetekende leerroute, ze leren het best onder begeleiding van een expert en leren het meest uit voorbeelden uit de praktijk.

Van de 16 deelnemers zijn er:

    - 1 woestijnvos, 9 terracotta potjes en 6 aubergines,
    - 3 denkers, 5 doeners, 7 dromers en 1 beslisser.

Ik vraag me af of er een verband bestaat tussen deze leerstijlen en de tevredenheid over de huidige 23 Dingen als e-leerprogramma waarin de cursisten vooral zelfstandig leren.
Bevalt het de aubergines meer dan de woestijnvossen en terracotta potjes?
Zijn de denkers er meer tevreden over dan de doeners?
En vooral, kan er iets gedaan worden om het programma te laten inspelen op zoveel mogelijk verschillende leerstijlen?

Meer hierover na de evaluatie van het programma op het einde van deze reeks.

Bookmark and Share

Over ontologieën

29/01/09

Tegenwoordig is web 2.0 in de bibliotheekwereld een ingeburgerd begrip. Er dient zich echter al een volgende fase aan in de ontwikkeling van het www: het semantische web of web 3.0.

Over deze volgende versie van het web gaat Finding the concept, not just the word: a librarian’s guide to ontologies and semantics.

Brandy King en Kathy Reinold doen hierbij nauwelijks of geen uitspraken over de toekomst van de bibliotheek. Veeleer dan beschouwingen geven ze de bibliothecaris een concrete technische uitleg. Ontologieën bevinden zich immers op de kruising van taalkunde en technologie. Voor wie al bekend is met classificaties en thesauri, zal dit evenwel vertrouwd overkomen. Kort gezegd gaat het bij een ontologie over een verzameling van concepten en de relaties daartussen, bedoeld om de computer binnen een bepaald kennisgebied de betekenis achter natuurlijke taal te laten begrijpen.

Eerst leggen de auteurs het verschil uit tussen een Booleaanse en een semantische zoekvraag. Daarbij komen begrippen ter sprake als natural language processing, parsers, precisie en vangst.

Vervolgens leer je aan de hand van een duidelijk voorbeeld hoe een ontologie in negen stappen kan worden opgebouwd.

Daarna volgt het verslag van vier boeiende case studies. MINDSWAP’s Profiles in Terror project spreekt daarbij het meest tot de verbeelding: doordat ontologieën verbanden tussen informatie zichtbaar maken, kunnen ze helpen in de strijd tegen het terrorisme.

Verderop in het boek komen enkele meer geavanceerde onderwerpen aan bod. Zo krijg je een overzicht en onderlinge vergelijking van de talen waarin ontologieën kunnen worden uitgedrukt: XML, RDF, OWL en SKOS. Ook wordt de nodige aandacht besteed aan software om ontologieën te creëren, visualiseren en beheren.

Tot slot hebben King en Reinold het over de rol van de bibliothecaris met betrekking tot het semantische web. In de toekomst zal hij niet langer de intermediair zijn die de vraag van de gebruiker vertaalt naar de zoekmachine, maar moet hij de zoekmachines mee helpen betekenis geven, zodat gebruikers zelf hun vragen kunnen stellen in hun eigen natuurlijke taal. Een bibliothecaris is volgens de auteurs immers perfect geplaatst om termen te categoriseren en relaties te definiëren.

Hiermee wordt afgeweken van het web 2.0 gedachtegoed: ontologieën zijn niet het domein van de gebruikers of het ‘volk’, maar worden gebouwd door experten die bepalen wat de meest belangrijke concepten en relaties binnen een bepaald interessegebied zijn.

Is ontologieën creëren werkelijk de toekomstige taak van de bibliothecaris? Gezien de tijd, mankracht en gelden die de verwezenlijking van het semantische web vraagt, lijkt deze visie me wat kort door de bocht.
Maar, ook al ontbreekt enige nuancering ten aanzien van andere methodes van informatieontsluiting, dit is zonder meer een zeer verhelderend boek over het wat en hoe van ontologieën.

Bookmark and Share

2009

3/01/09

Aan iedereen (2)3 kussen en de beste wensen!

Bookmark and Share

23 Dingen als e-leerprogramma: Analyse

21/11/08

In het 23 Dingen programma ontdekken bibliotheekmedewerkers – grotendeels via afstandsleren – 23 dingen over web 2.0.

Sinds begin oktober volg ik de Toll-cursus van diva vzw, “een cursus over didactische aspecten van e-leerprocessen en -applicaties”.
Als eerste opdracht moesten we een analyse maken van een (hoofdstuk uit een) cursus: doel, doelgroep, inhoud, omgeving, middelen (= de A van ADDIE).

Omdat het coachen van mijn eerste 23 Dingen bijscholing exact met de Toll-cursus samenvalt, lag het voor de hand om het 23 Dingen programma aan een aantal didactische uitgangspunten te toetsen.

Ik ben benieuwd naar de slotevaluatie van de deelnemers op 11 december: ligt de studiebelasting niet te hoog, voelen ze zich gemotiveerd, beantwoordt de aangeboden inhoud aan de verwachtingen, is er voldoende ondersteuning, wordt er niet te veel voorkennis verondersteld, …

Voor de eerste opdracht van de Toll-cursus (de Analyse) formuleerde ik volgende didactische doelstellingen:

kennis

  • de cursisten kennen en begrijpen de verschillende manieren waarop een bibliotheek met behulp van de huidige (web 2.0) technologie van 1.0 naar 2.0 kan gaan
  • de cursisten weten waar bibliotheek 2.0 voor staat

vaardigheden

  • de cursisten kunnen web 2.0 toepassen in een bibliotheekomgeving

attitudes

  • de cursisten erkennen het belang van web 2.0 voor het bibliotheekwezen
  • de cursisten nuanceren het eventuele voorbehoud dat ze (nog) hebben ten opzichte van de nieuwe ontwikkelingen op het internet, ze zetten hun vooroordelen aan de kant en overwinnen hun drempelvrees
  • de cursisten laten zich moedwillig onderdompelen in allerlei web 2.0 toepassingen, zodat ze zich op het einde van het traject echte bibliotheekmedewerkers 2.0 kunnen noemen

Aan alle 23 Dingen coaches, delen jullie dezelfde doelen, of zouden we bijvoorbeeld beter het voorbehoud stimuleren in plaats van het te nuanceren?

Bookmark and Share

Schoolbibliotheek 2.0

8/11/08

Op 5 november hield de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek-, Archief- en Documentatiewezen een studiedag voor schoolbibliothecarissen.

Eerst stelde Dirk Desaever (Plantijnhogeschool) Cavia voor. Dit is een zelfinstructiepakket voor informatievaardigheden bestaande uit vier modules: informatiemarkt, informatie zoeken, selectie en evaluatie, informatie verwerken. Dirk Desaever noemde het een half-fabrikaat. Er werd door een werkgroep van hogeschoolbibliothecarissen twee jaar aan gewerkt, maar het is bij theorie gebleven, geen oefeningen en geen updates. Zo komt web 2.0 er niet in aan bod.
Wie geïnteresseerd is in dit product, eventueel om het aan te passen aan de eigen studieomgeving – het gaat om HTML-bestanden onder Creative Commons -, kan Dirk Desaever een mailtje sturen.

Daarna kwam Rosemie Callewaert (Vlaams Centrum Openbare Bibliotheken) de nieuwe mogelijkheden van zoeken.bibliotheek.be toelichten. In die catalogus worden digitale en niet-digitale bibliotheekcollecties in relatie gebracht met informatie op het sociale web, bv. LibraryThing voor boeken, Last.fm voor muziek, Wikipedia, Google Boeken, …
Omgekeerd laat zoeken.bibliotheek.be ook toe om informatie uit de catalogus naar het sociale web te brengen: de laatste aanwinsten in je RSS-lezer of op je persoonlijke startpagina ontvangen, interessante referenties delen naar Delicious, Facebook, MySpace, …

Tot slot sprak ik over web 2.0 in schoolbibliotheken en over Google als veelzijdig hulpje van leerling en leerkracht.

Er zijn schoolbibliothecarissen die bloggen, die wikiën, die op Netlog chatten met de leerlingen, die binnen de elektronische leeromgeving hun eigen goedgevulde stek hebben, die hun bibliotheek op de online kaart zetten via Flickr en YouTube, die de kritische schakel vormen om de huidige generatie leerlingen en leerkrachten te laten communiceren en participeren, kortom die volledig handelen naar het idee “the pupils/tutors formerly known as the audience”.

Bookmark and Share

Vergrijzing

28/10/08

Een van de nieuwe eindwerkonderwerpen aan de Bibliotheekschool luidt: “De vergrijzing aan de kust: wat doet de bib ermee?”
Blijkt dat senioren, die aan de Vlaamse kust in de meerderheid zijn, moeilijk de weg naar de bibliotheek vinden.
Ik legde deze bevinding voor aan mijn flamboyante 75-jarige tante. Haar eerste reactie luidde: “Weer iemand die de vergrijzing als een probleem bestempelt en ons liever kwijt dan rijk is!”
Net niet dus.
“Trouwens, wij gaan hier wél naar de bibliotheek, want daar kunnen we gratis parkeren.” (het was in Oostende)
Nu nog de bibliotheek binnen stappen in plaats van de nabijgelegen crêperie.

Bookmark and Share

23 Dingen in Limburg

22/10/08

Morgen zal ik in de Provinciale Bibliotheek van Limburg tijdens de Bibliotheekvereniging Limburg Medewerkersdag iedereen proberen warm maken voor de 23 Dingen.
Ondertussen loopt de eerste 23 Dingen bijscholing aan de Bibschool op wieltjes. Er wordt gezucht en gekreund, maar ook geglimlacht en gejuicht. Bovenal wordt er gecommuniceerd. Even wat cijfertjes.
Via het elektronisch leerplatform zijn na amper 2 weken en 9 dingen al 13 aankondigingen verstuurd, en 45 vragen en antwoorden in de forums gepost. Op de blogs van de deelnemers verschenen samen al 175 berichten, met zeker evenveel reacties.

Ik kan een deelneemster alleen maar bijtreden wanneer ze schrijft:
“Soms vraag ik me af of dit niet te veel wordt voor mijn hoofd. Ik wist natuurlijk wel dat dit geen cursus onthaasten ging zijn. Gelukkig is het plezant en interessant.”

Verder schreef iemand deze prachtige reclameslogan:
“Dit lijkt voor mij op leren lezen en schrijven. Deze cursus is dus een absolute must!”

Ik had van andere opleiders al gehoord hoe heerlijk het kan zijn om de 23 Dingen te coachen. Ze hebben gelijk.

Bookmark and Share

The women formerly known as the audience

15/10/08

Op 16 oktober 2008 organiseert Amazone vzw, een congres- en ontmoetingscentrum voor gelijke kansen tussen mannen en vrouwen, de studiedag Spiderwomen: de vrouwenbeweging op het net.

Onder de sprekers bevinden zich vrouwen van organisaties als het IIAV, Jump, de Nederlandstalige Vrouwenraad, maar ook ik geef er een presentatie over sociale software voor de vrouwenbeweging.

Bij het toepassen van web 2.0 kenmerken op de vrouwenbeweging heb ik dikwijls aan bibliotheek 2.0 moeten denken.
Niet omdat ik bibliotheken met vrouwenverenigingen wil vergelijken, maar omdat ze dezelfde uitgangspunten delen.

Een bibliotheek 2.0 is er voor haar gebruikers, maar stapt in de eerste plaats naar die gebruikers toe (ook op het web) in plaats van omgekeerd.
De vrouwenbeweging 2.0 is een beweging voor vrouwen, maar beweegt vooral naar die vrouwen toe (ook op het web).

Bibliotheek 2.0 staat voor the patrons formerly known as the audience (de gebruikers doen mee).
Vrouwenbeweging 2.0 staat voor the women formerly known as the audience (de vrouwen / leden doen mee).

Blogs, wiki’s en sociale netwerken vormen een uitstekend middel om zowel de bibliotheek als de vrouwenbeweging op de online kaart te zetten en de huidige generatie gebruikers / vrouwen te laten communiceren en participeren.

Bookmark and Share

23 Dingen ook in Vlaanderen van start

7/10/08

Er zijn enkele dappere Galliërs die het 23 Dingen traject op eigen houtje volgen (binnenkort kan dit ook op 23dingen.be), maar vandaag mocht ik in de Bibliotheekschool van Gent de deelnemers ontvangen die zich hebben ingeschreven voor de eerste reeks van de bijscholing Start to Web 2.0 in 23 dingen.

We hebben zowaar de eerste 5 Dingen al afgewerkt. De overige 18 zijn – op afstand en met ondersteuning – te ontdekken via een leerpad binnen onze elektronische leeromgeving.

Super hoe enthousiast iedereen was!
Er kwamen meteen al interessante bedenkingen naar voren.
Iemand schrijft: “Mensen worden (via RSS) verwittigd als er nieuwe boeken, cd’s en dvd’s in de bib liggen. En dan kan de race beginnen natuurlijk, wie kan het boek als eerste online reserveren en vastzetten voor drie weken ;)…toch iets waar we voorzichtig moeten mee zijn???”
Een andere beschouwing: “En ik die dacht dat vrouwen kraks waren in dingen tegelijk doen. Maar 23 is natuurlijk een beetje veel…”

Ik heb – naar het voorbeeld van Helene Blowers en Rob Coers – de bibliotheken van de eerste lichting alvast op een Google Map gezet.

23 Dingen in Vlaanderen

Bookmark and Share

Bad Behavior has blocked 450 access attempts in the last 7 days.